Een sterk beeld
En het heeft gewerkt. Zij het met verkeerde argumenten.

De eerste sneeuw
Alles wit en stil. Niet meer dan twee centimeter en een beetje nat, maar genoeg voor een eerste kleine sneeuwman en stempelhoofdje.
Vijftien uur ziek
Chiara is 15u ziek geweest. Die zondagavond heeft ze nog gewoon gegeten, zij het iets minder dan anders. Om 2u ’s nachts kwam alles er terug uit. De volgende dag wou ze niet eten en niet drinken, hoogstens een muizebeetje beschuit en een druppel water. Ze heeft de hele dag op de bank in de living gelegen. Om 17u was ze genezen. Ze stond op, heeft veel gegeten en gedronken, kreeg gelijk weer kleur op de wangen en heeft niet meer stil gezeten tot het slapengaan. Zo simpel was het.
Zie ginds komt de stoomboot?
Chiara is volledig in de ban van Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten. Ze heeft een mooie brief getekend en gisterenavond aan de open haard gelegd. Voor de zekerheid met een pintje erbij. Ik ken het Vlaams-Nederlandse protocol niet meer en het Zwitserse ken ik nog niet: drinken de Pieten graag een pintje? Wie haalt de brief eigenlijk op? De brief was in ieder geval weg deze morgen, het pintje leeggedronken en de living lag vol as (als gevolg van heel veel wind vannacht en een schouw die slordig niet was afgesloten). Chiara vindt het allemaal prachtig maar wil weten hoe de vork nu juist in de steel zit. Ze stelt vragen die bij ons nooit zijn opgekomen: in welk land komt Sinterklaas eerst op 6 december? hoeveel talen spreekt Sinterklaas? hoe geraakt de stoomboot tot in Zwitserland? Ze vraagt het met grote ogen en luistert aandachtig naar mijn antwoorden. Dit is echt genieten.
Samichlaus en zijn Schmutzli
De Sint maakt in Antwerpen zijn schitterende intrede, draagt een fonkelende ring aan zijn gehandschoende vingers, rijdt op een schimmel en wordt begeleid door een bende guitige zwarte pieten in glitterkostuums. Toch? In het protestantse Zwitserland verliest de Sint veel van zijn Belgische glamour. Geen rode loper-intrede, geen juwelen, een ezel ipv een paard en hoogstens twee ‘Schmutzli’s’ die in bruine gewaden gekleed gaan (schmutzig = vuil). De Sint houdt hier audientie in een afgelegen boshut en drukt zijn publiek op het hart dat hij geen angstaanjagende, oude man meer is die stoute kinderen straft maar een moderne, beminnelijke Sint is. We zijn ook een beetje zenuwachtig.
Pablo Casanova
Chiara is deze week voor het eerst alleen naar huis gekomen van de nabewaking (wat een vreselijk woord - hier noemen we nabewaking ‘hort’, niet zo mooi maar toch met een beduidend hoger gezelligheidsgehalte). Helemaal alleen. Ze neemt niet de kortste weg maar de groenere weg langs de speeltuin. Daar schommelt ze even en vervolgt dan haar weg naar huis. Ze is thuis voor het donker wordt en vindt het ‘keileuk’ om zo alleen naar huis te huppelen. We vertrouwen haar. Ze is voorzichtig geworden bij het oversteken en ze heeft een gezond wantrouwen tegenover vreemden. Bij Pablo is dat wantrouwen er niet. Zoals vroeger al vermeld, slaat hij graag een praatje met Jan en alleman, in de winkel, op cafe of op straat. Vandaag ging hij een stap verder. We zitten in de trein. We letten een paar seconden niet op en Pablo zit al op de schoot bij de vrouw naast ons. De hele treinreis babbelen ze gezellig verder alsof ze elkaar al jaren kennen. Dan moet de vrouw uitstappen. Pablo zegt vriendelijk ciao. De vrouw is ontroerd en zegt dat ook, tegen ons en dan nog tegen Pablo. Waarop hij haar nog nonchalant een kushandje toewerpt.
Raebenliechtliumzug
Het is alweer een paar dagen grijs en nat. Toch zijn wij nog niet zo rijp voor de eilanden als de vorige post misschien valselijk laat uitschijnen. Daarvoor is het hier te gezellig. Hoe doen wij dat, gezelligheid maken?
1. We hebben een wollig tapijtje in de living gelegd en een sexy rood lampje gekocht.
2. Regelmatig openhaarden.
3. Pompoencake, appeltaart, broodpudding en, de favoriet van A, triple lemony cheesecake bakken. Bakken stemt blij, in sommige gevallen - lees Pablo en Chiara - ook euforisch.
4. We zijn in de ban van ‘24′. Dankzij de Mechelaars verorberen we dagelijks een paar afleveringen. Deze gulzigheid doet niets af van het feit dat we diep van binnen Lostmensen blijven. Onze wekelijkse portie Californication valt ook in de smaak.
5. Raap uithollen, figuurtjes inkerven, kaarsje erin en hop, het bos in of de straten door voor de Räbenliecthliumzug, ’s avonds als het donker is. Sommige kinderen mogen op de paardenkar, versierd met gloeiende rapen, lantaarns en loof. De meeste stappen mee met de grote mensen. Een paar fakkels vooraan. Na een uurtje optocht is er thee uit dampende ketels en een pistolee voor elk (kind).
Rijp voor de eilanden
Wenn i so überleg, worum’s im Leben geht,
dann sicher net um des wofür i leb’.
I arbeit’s ganze Jahr lang, schön brav für’s Finanzamt,
i frag mi ob des ewig so weitergeht.
I bin reif, reif, reif, reif für die Insel.
I bin reif, reif, reif überreif.
Und i frag mi warum i no’ da bin,
für’s aussteig’n bin i scheinbar zu feig.
Und i wunder mi warum i no’ da bin,
für’s aussteig’n bin i scheinbar zu feig.
Wenn i einmal ins Postkastl schau,
wird mir im Magen flau.
Mein Leben kost’ mi mehr, als i verdien.
Mei’ ganze Energie geht auf,
für Sachen, die i gar net brauch’,
für Sachen ohne die i sicher glücklicher bin.
I bin reif, reif, reif, reif für die Insel.
I bin reif, reif, reif überreif.
Und i wunder mi warum i no’ da bin,
für’s aussteig’n bin i scheinbar zu feig.
Und i frag mi warum i no’ da bin,
zum aussteig’n bin i scheinbar zu feig.
I bin reif, reif, reif, reif für die Insel.
I bin reif, reif, reif überreif.
Und i wunder mi warum i no’ da bin,
für’s aussteig’n bin i scheinbar zu feig.
Und i frag mi warum i no’ da bin,
zum aussteig’n bin i scheinbar zu feig.
I bin reif für die Insel,
i bin reif für die Insel,
i bin reif für die Insel,
i bin überreif.
I bin reif für die Insel,
i bin reif für die Insel,
i bin reif für die Insel,
i bin überreif.
I bin reif für die Insel,
i bin reif für die Insel,
i bin reif für die Insel,
i bin überreif.
Peter Cornelius, Oostenrijk, 1981