Dodge deal
Onze goeie, oude Dodge is eindelijk verkocht. Vooral blij dat ik niet meer tenminste tweemaal dagelijks eraan herinnerd word dat dat nog moest gebeuren. De nieuwe eigenares had me 10 keer opgebeld met allerlei vragen en stond dan plots voor de deur. Ze was niet alleen gekomen. Ze had zes supporters bij om haar bij de transactie bij te staan. Een blik op de motor en het was in orde. Het waren Hawaiianen. Normaal hebben wij geen contact met deze verpauperde bevolkingsgroep. Mijn collega’s hebben allemaal een hoge dosis Japanse genen (en zijn daarom gediskwalificeerd voor het logo ‘autochtoon’) en ons sociaal leven is bijna volledig gericht op Zuid-Amerikanen, de occasionele Rus en Indier en een handvol Noord-Amerikanen. De echte Hawaiianen overleven op duur Hawaii dankzij overheidssteun (speciale huisvesting, ziekteverzekering en gezondsheidszorg en een paar andere - positief - discriminerende diensten) maar vooral dankzij hun eigen netwerk: jij repareert mijn auto, ik babysit op jouw kinderen terwijl jij gaat werken. Informele ruileconomie of hoe noemen academici dat? Voor ons was de reparatie van de Dodge zijn waarde niet waard, we zijn blij dat we er nog iets voor gekregen hebben. Voor de nieuwe eigenares was dit een goeie deal en als ze af en toe de olie bijvult, zal ze er nog jaren van kunnen genieten. Iedereen tevreden.